A. Huyghe                 Foto : A. Huyghe

 

Kaketoes hebben altijd tot de meest geliefde papegaaiachtigen behoord, zij het dan dat ze meestal als kooivogel werden gehouden.  Vooral de witte soorten met gele of oranje kuif zijn altijd favoriet geweest.  Door de manier waarop ze bij opwinding hun kuif kunnen oprichten, maakt hen zeer speciaal.

Het verspreidingsgebied van de kaketoes is zeer uitgebreid en strekt zich uit van de Filippijnen in het noorden tot zuidelijk Australië en van de kleine Sunda eilanden ( Indonesië) tot de Salomonseilanden.

 

Palmkaketoe

Werden ze vroeger volop geïmporteerd en bijna uitsluitend als kooivogel gehouden, daar is de laatste tientallen jaren verandering in gekomen.  Het besef is gegroeid dat de natuur niet onuitputtelijk is en dat, wil men bepaalde soorten in de liefhebberij behouden, men een inspanning zal moeten doen om ze zelf te kweken.  Bij sommige soorten lukt dit aardig.  Denk maar aan de rosé kaketoe, waarmee de kweek bij meerdere liefhebbers is gelukt.  Bij andere soorten blijft het een moeilijke opgave.  Zo is bekend dat vooral bij de witte kaketoesoorten de agressiviteit bij de man tegenover de pop sterk kan oplaaien, meermaals met de dood van de pop tot gevolg.

 

Wel een zeer aparte soort is de Palmkaketoe (Probosciger aterrimus), zonder twijfel een imposante verschijning onder de kromsavels.  Groot, zwart en met vlammende, naakte  rode wangen werd hij vroeger ook wel eens arakaketoe genaamd.  Zijn opvallende kenmerken, die hem doen verschillen van de andere kaketoesoorten zijn dan ook de reden dat hij in een apart geslacht wordt ingedeeld met maar één soort.

Zijn aanwezigheid in dierentuin of vogelpark  is zeker niet onopgemerkt, en wekt bewondering bij ieder bezoeker.

 

Zijn reputatie van zeldzaam, duur, en moeilijk kweekbaar is een uitdaging voor de meest gevorderde papegaaienkweker.  Ook in de natuur is hij nooit overvloedig aanwezig geweest .  En wat nu eenmaal een natuurwet blijkt te zijn, wat zeldzaam is, wordt ook het meest begeerd, heeft ertoe geleid dat deze soort ook sterk te lijden heeft gehad van een intensieve handel.

 

In 1986 werd nog massaal palmkaketoe’s  uitgevoerd van Nieuw-Guinea naar Singapur.  Allen bestemd voor de Filippijnse en Japanse handel.

Dit alles heeft ertoe geleid dat de soort in 1987 op Appendix I van de CITES werd geplaatst en dus alle handel met die soort verboden is.

 

Beschrijving

De grootte varieert van 55 tot 70 cm al naar gelang de ondersoort.

Zwarte vogel met opmerkelijke kuif die uit lange, smalle veren bestaat.  Opvallend zijn de helderrode naakte wangvlekken, die bij opwinding nog intenser worden.  Bleekrode wangvlekken duiden meestal op verminderde algemene conditie.

De bek is zwart en in vergelijking met de lichaamsgrootte het grootste van alle papegaaiachtigen.  De poten zijn zwart.  De iris is donkerbruin.  Bij de pop is de snavel korter, meer gekromd en breder.  Ook heeft de pop in haar gedrag de kuif minder opgericht dan de man.

 

Ondersoorten

Er worden drie ondersoorten van de palmkaketoe erkend:

  -   Probosciger aterrimus aterrimus : de nominaatvorm die zijn verspreidingsgebied heeft op de Aru-eilanden, Indonesië, het zuiden van Nieuw-Guinea en Cape York in het noorden van Australië.  Het is ook deze soort die we het meest in gevangenschap aantreffen en die ook het meest van de handel heeft te lijden gehad.

 -    Probosciger aterrimus goliath : de grote palmkaketoe komt oorspronkelijk voor op  de westelijk Papua- eilanden en de zuidelijke bossen op Irian Jaya en Papua- Nieuw-Guinea.  Precies door zijn grootte wordt deze het meest begeerd door de kwekers

 -    Probosciger aterrimus stenolophus is de derde ondersoort welke gevonden wordt op het eiland Yapen, Irian Yaya en noordelijk Nieuw- Guinea.  Deze zou evengroot zijn als de  goliath maar is te onderscheiden door de smalle kuifveren.

 

Andere bronnen hebben het nog over twee bijkomende ondersoorten, maar deze zijn zeker niet algemeen herkend.

 

Biotoop

Het zijn bewoners van regenwouden, vlak- en heuvelland met boombegroeing.  Soms worden ze aangetroffen tot op hoogten van 1350 m.

Ze leven meestal paarsgewijze.  Zelden worden groepjes tot vijf stuks aangetroffen.  Ze leven meest in de toppen van de bomen.  Hun vlucht is gekenmerkt door langzame vleugelslagen afgewisseld met glijvluchten waarbij de vleugels sterk naar onder gericht zijn.

 

In de volière

De eerste palmkaketoe in Europa belandde in 1875 in de Zoo van Frankfurt.  Nadien ook in de Zoo van Londen.  Na 1970 zijn er verscheidene kleine importen geweest meestal van vogels in slechte toestand, wat dan ook grote sterfte als gevolg had.

De eerste kweek in gevangenschap gebeurde in 1944 en staat op naam van SHEFFLER (USA)

 

Het EEP ( European Endangered Species Breeding Programme ) dat ontwikkeld werd in 1985 in Engeland, en later werd uitgebreid tot Europa, publiceerde voor het eerst een Europees studbook in 1993 dat later nog door verschillende werd gevolgd.  Hieruit blijkt echter dat de sterfgevallen bij de palmkaketoe  in gevangenschap, de geboorten ver overtreffen.  De meeste zijn in bezit van dierentuinen terwijl een kleine minderheid in handen is van privé-kwekers. Succesvolle kweek gebeurde in de dierentuin van Leipzig, diergaarde Blijdorp, Palmitos Park, Loro Park, Paradise Park en de dierentuin van Berlijn.