|
A. Huyghe Foto : A. Huyghe
|
|
Kaketoes hebben altijd tot
de meest geliefde papegaaiachtigen behoord, zij het dan dat ze meestal
als kooivogel werden gehouden. Vooral
de witte soorten met gele of oranje kuif zijn altijd favoriet geweest.
Door de manier waarop ze bij opwinding hun kuif kunnen
oprichten, maakt hen zeer speciaal.
|

| Palmkaketoe |
|
Werden ze vroeger volop geïmporteerd
en bijna uitsluitend als kooivogel gehouden, daar is de laatste tientallen
jaren verandering in gekomen. Het
besef is gegroeid dat de natuur niet onuitputtelijk is en dat, wil men
bepaalde soorten in de liefhebberij behouden, men een inspanning zal
moeten doen om ze zelf te kweken. Bij
sommige soorten lukt dit aardig. Denk
maar aan de rosé kaketoe, waarmee de kweek bij meerdere liefhebbers is
gelukt. Bij andere soorten blijft het een moeilijke opgave.
Zo is bekend dat vooral bij de witte kaketoesoorten de
agressiviteit bij de man tegenover de pop sterk kan oplaaien, meermaals
met de dood van de pop tot gevolg. Wel een zeer aparte soort is de
Palmkaketoe (Probosciger aterrimus), zonder twijfel
een imposante verschijning onder de kromsavels.
Groot, zwart en met vlammende, naakte
rode wangen werd hij vroeger ook wel eens arakaketoe genaamd.
Zijn opvallende kenmerken, die hem doen verschillen van de andere
kaketoesoorten zijn dan ook de reden dat hij in een apart geslacht wordt
ingedeeld met maar één soort. Zijn aanwezigheid in dierentuin of
vogelpark is zeker niet
onopgemerkt, en wekt bewondering bij ieder bezoeker. Zijn reputatie van zeldzaam, duur, en
moeilijk kweekbaar is een uitdaging voor de meest gevorderde
papegaaienkweker. Ook in de
natuur is hij nooit overvloedig aanwezig geweest .
En wat nu eenmaal een natuurwet blijkt te zijn, wat zeldzaam is,
wordt ook het meest begeerd, heeft ertoe geleid dat deze soort ook sterk
te lijden heeft gehad van een intensieve handel. In 1986 werd nog massaal
palmkaketoe’s uitgevoerd
van Nieuw-Guinea naar Singapur. Allen
bestemd voor de Filippijnse en Japanse handel. Dit alles heeft ertoe geleid dat de
soort in 1987 op Appendix I van de CITES werd geplaatst en dus alle handel
met die soort verboden is. Beschrijving
De grootte varieert van 55 tot 70 cm
al naar gelang de ondersoort. Zwarte vogel met opmerkelijke kuif
die uit lange, smalle veren bestaat.
Opvallend zijn de helderrode naakte wangvlekken, die bij opwinding
nog intenser worden. Bleekrode
wangvlekken duiden meestal op verminderde algemene conditie. De bek is zwart en in vergelijking
met de lichaamsgrootte het grootste van alle papegaaiachtigen.
De poten zijn zwart. De
iris is donkerbruin. Bij de
pop is de snavel korter, meer gekromd en breder.
Ook heeft de pop in haar gedrag de kuif minder opgericht dan de
man. Ondersoorten Er worden drie ondersoorten van de
palmkaketoe erkend: -
Probosciger aterrimus goliath :
de grote palmkaketoe komt oorspronkelijk voor op
de westelijk Papua- eilanden en de zuidelijke bossen op Irian Jaya
en Papua- Nieuw-Guinea. Precies
door zijn grootte wordt deze het meest begeerd door de kwekers -
Probosciger aterrimus stenolophus
is de derde ondersoort welke gevonden wordt op het eiland Yapen, Irian
Yaya en noordelijk Nieuw- Guinea. Deze
zou evengroot zijn als de goliath
maar is te onderscheiden door de smalle kuifveren. Andere bronnen hebben het nog over
twee bijkomende ondersoorten, maar deze zijn zeker niet algemeen herkend. Biotoop Het zijn bewoners van regenwouden,
vlak- en heuvelland met boombegroeing.
Soms worden ze aangetroffen tot op hoogten van 1350 m. Ze leven meestal paarsgewijze.
Zelden worden groepjes tot vijf stuks aangetroffen.
Ze leven meest in de toppen van de bomen.
Hun vlucht is gekenmerkt door langzame vleugelslagen afgewisseld
met glijvluchten waarbij de vleugels sterk naar onder gericht zijn. In de volière De eerste palmkaketoe in Europa
belandde in 1875 in de Zoo van Frankfurt.
Nadien ook in de Zoo van Londen.
Na 1970 zijn er verscheidene kleine importen geweest meestal van
vogels in slechte toestand, wat dan ook grote sterfte als gevolg had. De eerste kweek in gevangenschap
gebeurde in 1944 en staat op naam van SHEFFLER (USA)
|